Honden.net

Rassen

  • Groep 1: Herdershonden en Veedrijvers

    De groep Herdershonden bestaat uit honden die gefokt zijn om de mens te helpen bij het houden en hoeden van vee. De groep is in te delen in drie secties:

    • honden die gefokt zijn om kuddes te hoeden, zoals de Hollandse Herdershond.
    • honden die gebruikt worden om vee te drijven zoals de Border Collie.
    • honden die de kudde bewaken en beschermen, zoals de Kuvasz.

    De FCI hanteert twee secties in deze groep: Herdershonden en Veedrijvers.

    Een herdershond is altijd alert en werkzaam.

    Herdershonden zijn ontwikkeld om te werken en u zult dus altijd 'vervangend werk' met de hond moeten doen om te voorkomen dat de hond zich gaat vervelen.

    De herdershond is een veelzijdige en actieve hond, de mogelijkheden zijn dus legio. Denk aan hondensporten als Gedrag & Gehoorzaamheid, behendigheid, flyball, speuren, Uithoudingsvermogen (UV) en reddingshond. Enkele rassen zijn eveneens in staat tot het volgen van IPO en KNPV-trainingen. 

    Een goed gesocialiseerde, goed opgevoede en afgerichte herdershond zou stabiel moeten zijn en betrouwbaar bij vreemden en kinderen. Angst en nervositeit in combinatie met een harde of slechte training leveren daarentegen onacceptabel scherpe honden op die in onze overvolle samenleving voor grote problemen kunnen zorgen. Daarom is de africhting niet voor iedere baas en voor elke hond geschikt. 


  • Groep 2: Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden

    De oorsprong van de (gladharige) Pinschers en (ruwharige) Schnauzers ligt in West- en Midden-Europa. De pinschers en schnauzers werden speciaal gebruikt voor het verdelgen van muizen en ratten, maar zijn ook heel geschikt als waakhond.

    De Zwitserse Sennenhonden werden in diverse gebieden van Zwitserland al eeuwen zuiver gefokt. Ze worden ook Zwitserse Veedrijvershonden genoemd.

    Tot de Molossers behoren alle grotere dogachtige rassen. De Molossers worden gekenmerkt door een zwaar beendergestel, brede schedel en relatief korte snuit.


  • Groep 3: Terriers

    De naam Terrier komt van het Latijnse woord terra (aarde). Terriers werden dan ook oorspronkelijk gebruikt voor het boven- en ondergronds jagen op klein wild en knaagdieren, zoals ratten, muizen en bunzings. Daaraan danken ze hun schrandere, moedige en pittige temperament. 

    De terriers zijn verdeeld in hoogbenige en kortbenige Terriers. 

    De variatie zit niet alleen in uiterlijk, maar ook in grootte zit er veel variatie bij de Terriers (ongeveer 21 tot ongeveer 60 cm). De meeste Terrierrassen hebben hun wortels in Engeland en Ierland. Soms is de streek van herkomst ook terug te vinden in de naam van de Terrier. 

    Terriers zijn over het algemeen sterke en beweeglijke honden, die in een gezin uitstekend op hun plaats zijn.


  • Groep 4: Dashonden

    Wij kennen de dashond beter als de Teckel. Oorspronkelijk doel van de tekkel was het jaggen op dassen en vossen, vandaar de naam Dashond. 

    Door de eeuwen heen hebben de Dashonden zich ontwikkeld tot negen variëteiten. Er zijn drie haarsoorten: kortharige, ruwharige en langharige teckels. Iedere haarsoort komt voor in drie groottes, waarvoor de maat van de borstomvang bepalend is. Er zijn hondjes met kromme en met rechte benen.

    De kortharige Dashond wordt gezien als de meest originele vorm. De Ruwhaar ontstond door inkruising van de ruwharige Duitse Pinscher en de Schnauzer. Voor de Langhaar gebruikte men de Setter en Cocker Spaniël.

    Om met Teckels ook op bunzings, wezels en konijnen te kunnen jagen, zijn de Dwergteckels en de Kaninchenteckels ontstaan. Kaninchenteckels danken hun naam aan het feit dat ze klein genoeg zijn om in een konijnenhol te kruipen. Teckels hebben echte brakkeneigenschappen zoals een uitstekende neus, luid jagen en een groot uithoudingsvermogen. Ze zijn werklustig, moedig en volhardend. Door hun lage bouw en goede neus zijn ze voor alle speurwerk geschikt. Ook kunnen Teckels worden ingezet voor de jacht op wilde zwijnen. Een teckel is een fijne huishond door hun waaksheid en vrolijkheid. Daarnaast is een Teckel slim, eigenwijs, moedig, trouw en aanhankelijk.


  • Groep 5: Spitsen en oertypes

    De rasgroep Spitsen en Oertypen bundelt een aantal rassen die als gemeenschappelijke kenmerk hebben dat ze (vrijwel allemaal) heel natuurlijk ogen en teruggaan op oude, soms al duizenden jaren bestaande, rassen en typen. 

    De rasgroep bestaat uit poolhonden, Noordse honde, jachthonden, keesachtigen en de oertypen. 

    Poolhonden: trek- en lastdieren die gebruikt zijn als hulp bij de jacht op robben en ijsberen. De rassen die als team werden ingespannen hebben ten opzichte van andere honden een vredelievend gedrag. Ruziemakers kunnen immers niet met andere honden voor de slee samenwerken.

    Naar mensen toe zijn poolhonden vriendelijk tot onverschillig. Poolhonden werken voor een ieder die hen voor de slee spant. Het zijn geharde dieren, want de poolvolkeren, die het zelf ook niet breed hadden, waren gewend hun honden op het uiterste bestaansminimum te houden, soms zelfs daaronder. Toch moesten de honden presteren. De jachtpassie van deze honden is enorm. In de zomer werden ze vaak losgelaten om hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen.

    Noordse honden: De rassen binnen deze groep zijn deels veehoeders en -drijvers en deels jachthonden. De veehoeders en -drijvers hebben een vriendelijke, gezeglijke aard. De jachthonden kenmerken zich door een grote zelfstandigheid en moed. Ze blaffen meestal flink. Als spoorzoeker moesten ze de jager al blaffend de plaats aan geven waar het wild zat en daar op hem wachten, soms urenlang.

    Jachthonden: ook de jachthonden uit het verre oosten maken deel uit van deze groep. Ook deze honden zijn zelfstandige, geharde dieren, die vanuit een natuurlijke aanleg, zonder al te veel aanwijzingen van de mens, hun taak wisten uit te voeren.

    Keesachtigen: de keesachtigen zijn trouwe, op de mens gerichte honden, meestal met een taak als hofhond en waker. Keesachtigen komen uit de hele wereld.

    Oertypen: Oertypen zijn bijvoorbeeld de naakthonden uit Midden- en Zuid-Amerika, en een reeks half-windhonden uit het Middellandse-Zeegebied.

    Al deze rassen fascineren door hun oorspronkelijkheid en natuurlijkheid. Maar die karakteristieken maken het voor een aantal tevens lastig om zich aan te passen aan het dagelijks leven in Nederland. Sommige rassen geven zich helemaal over aan hun jachtinstinct als ze los mogen. Dat roept nog al eens problemen op. Aan de andere kant is het bijzonder mensvriendelijke gedrag van veel poolhonden weer op en top aangepast aan de eisen van de moderne maatschappij. 


  • Groep 6: Lopende honden, zweethonden en verwante rassen

    De lopende honden en zweethonden zijn ook wel bekend onder de naam brakken. De rasgroep telt ruim zeventig jachthondenrassen welke een grote rijkdom aan vorm, grootte en kleur laten zien. Ze hebben zonder uitzondering een uitzonderlijk reukvermogen. Brakken jagen op de neus onder het geven van 'luid', het met welluidende stem uitstoten van klanken. 

    Veel van de brakkenrassen zijn oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk.

    Zweethonden hebben een speciale aanleg voor het opsporen van aangeschoten wild. Als geen ander zijn zij in staat het achtergelaten spoor van bloed- (in jagersterminologie: zweet-) druppels te volgen.

    Kortbenige brakken, ook wel bekend onder de naam bassets, ontstonden uit de behoefte aan langzaam jagende honden. De jager kon een basset te voet volgen. Het 'luid- of halsgeven' van brakken is tijdens de jacht van essentieel belang omdat zij hiermee de jager zo laten weten waar zij zich bevinden en wat er zich afspeelt.

    De verwante rassen zoals de Rhodesian Ridgeback en Dalmatische hond, bezitten deze typische brakkeneigenschappen in mindere mate. Hun oorsprong, geschiedenis en rastypische eigenschappen rechtvaardigen wel een indeling in deze rasgroep.

    Brakken zijn lange tijd gefokt op hun bruikbaarheid voor de jacht. Zeker de grotere honden uit deze rasgroep, maar ook de kleine brakken met veel jachtpassie hebben veel ruimte en beweging nodig. Omdat brakken vaak in groepen werden gehouden, zijn ze van nature verdraagzaam voor mensen en dieren. Ze hebben het liefste gezelschap om zich heen. Houd daar rekening mee als u besluit een brak als huishond aan te schaffen.

    Sommige rassen die tot deze groep behoren zijn puur gebruikshond gebleven. Hun leven is alleen maar volwaardig als ze in een meute kunnen leven, en regelmatig mee op jacht kunnen. Als huishond worden ze diep ongelukkig en een ramp voor hun omgeving.

    Brakken zijn mensenvrienden, enthousiast, aanhankelijk en betrouwbaar, maar ook eigenzinnig. Die eigenschap komt tijdens het jagen goed van pas, maar is voor de eigenaar niet altijd even handig. Als huishond kan de jachtpassie een nadeel zijn. In het vrije veld kan de brak aan het speuren slaan en zo zelf de lengte van de wandeling bepalen.

    Daarnaast kunnen deze rassen door hun luide geblaf geluidsoverlast veroorzaken in een dichtbewoonde buurt. Het is dan ook belangrijk dat de socialisatie van de pup goed verloopt om een zo groot mogelijke binding met de baas te krijgen. Met een consequente opvoeding heeft u wel een vriendelijke, aanhankelijke gezelschapshond.


  • Groep 7: Staande Honden

    Staande honden danken hun naam aan hun gebruik bij de jacht. Staande honden werden ingezet om de jager het wild aan te wijzen door er zo stil mogelijk voor te blijven staan. Deze eigenschap zien we al bij de Brakken uit de Griekenland. Later werden de honden hier speciaal op gefokt. Toen men met netten ging jagen, dreven de honden het wild richting de jager en lieten zich samen met het wild onder het net vangen. Toen het geweer in gebruik kwam voor de jacht, leerde men de staande honden om ook te apporteren. Staande honden komen in de meeste Europese landen voor.


  • Groep 8: Retrievers en waterhonden

    Deze groep bestaat uit jachthonden die verschillende functies hebben bij de jacht.

    • Honden die het wild apporteren (engels: retrieven), de Retrievers.
    • Honden die het wild opstoten voor de jager, de Spaniëls.
    • Honden die het wild uit het water apporteren, de waterhonden.

    In deze groep zitten twee Nederlandse rassen: het Kooikerhondje en de Wetterhoun.


  • Groep 9: Gezelschapshonden

    De rassen binnen de rasgroep Gezelschapshonden verschillen onderling van vorm en oorsprong. Maar ze hebben allemaal één ding gemeen: ze willen de mens plezieren als aangenaam gezelschap.

    De meeste mensen willen gewoon een leuke kameraad. Gezelschapshonden zijn de specialisten op dat gebied.

    Gezelschapshonden zijn lichamelijk allemaal van bescheiden afmetingen. Hun karakter daarentegen is vaak groots.

    U zult met de meeste van deze rassen veel plezier beleven tijdens de dagelijkse wandelingen en sommige rassen hebben plezier bij actieve sporten als behendigheid. Ze zijn veelal niet agressief tegen andere honden, richten geen schade in huis aan, doen maar heel kleine hoopjes en kunnen zonder bezwaar mee in de kleinste auto of het openbaar vervoer.


  • Groep 10: Windhonden

    Al op oude tekeningen van duizenden jaren geleden komen we afbeeldingen van windhonden tegen. Deze oude afbeeldingen lijken verrassend veel op de windhonden zoals we die nu kennen. Een aantal van deze windhonden vallen niet in groep 10 maar worden gezien als een oertype in groep 5. 

    Over het algemeen zijn windhonden intelligent, zelfstandig en onafhankelijk. Windhonden zijn zachtmoedig, terughoudend, rustig en gemakkelijk om in huis te houden. In het karakter van de meeste rassen is de grote zelfbewustheid evenals de felle jachtpassie bewaard gebleven. 

    Windhonden jagen voornamelijk op het zicht. Als ze eenmaal iets in het oog hebben en zeker als dat gaat rennen, gaan ze erachter aan. Hierbij zijn ze volstrekt doof voor welk woedend of wanhopig geroep dan ook. Hazen, konijnen, reeën, katten, pluimvee en zelfs andere honden worden met passie achtervolgd door de windhond. Door hun hoge snelheid en wendbaarheid zijn windhonden in staat om de meeste vluchtende dieren te grijpen.  

    Mede daarom hebben deze honden voldoende beweging en afleiding nodig. Fietsen is een goed alternatief evenals de zogenaamde windhondenrennen en de daarvoor benodigde conditietraining.

    In Nederland zijn er meerdere windhondenrenverenigingen waarvan er een aantal een eigen renbaan heeft. Er worden wedstrijden over diverse afstanden gehouden. Ook wordt er aan 'coursing' gedaan: een parcours waarbij de kunsthaas als het ware op natuurlijke wijze een aantal haken slaat.